Now Playing Tracks

I’m on the pursuit of happiness

… and I know, everything that shines ain’t always gonna be gold. 

Het is weer zonnig, na enkele dagen stortregen. Dat maakt me sowieso altijd gelukkiger, en nu het niet zo druk is bij Endemol, heb ik veel tijd om heel mijn zomer vol te plannen. We gaan dit jaar niet op vakantie, en dat resulteert in veel terrasjes, festivals en spontane uitstapjes. 

Tijd hebben is iets magisch. Meestal bedenk ik mezelf dan op voorhand, ik ga dat en dat en dat doen. Meestal eindigt het in: jaaaa ik ging eigenlijk dat doen, maar op het terras zitten was toch veel leuker. Zo eindigen we in Dour als we naar Gent gingen gaan, en eindigen we in Gent als we naar Brussel gingen. Maar dat maakt niet zoveel verschil, zolang er maar zon, vrienden en plezier op het programma staan. Na een drukke periode op het werk, gevolgd door een enorm zwart gat na de operatie, mag ik ook wel eens wat tijd om mezelf te amuseren. 

Het gaat trouwens al pakken beter met de knie. Ik hoef niet te pretenderen dat ik weer tip top in orde ben, maar we kunnen autorijden, fietsen, gezond stappen en iets dragen. Die marathon lopen zit er nog altijd niet in, maar dat dansen begint toch al wat te lukken. En dat is alleszins al vrij belangrijk in een feestzomer. 

Er zijn niet veel mensen die weten dat ik een moeilijke periode achter de rug heb -en ik ga daar ook niet over uitweiden- maar ik heb eindelijk het gevoel dat alles weer wat beter gaat. De belangrijke les die ik geleerd heb, is dat je instaat voor je eigen geluk en daarvoor niet op iemand anders moet bouwen. Dus dat doe ik dan ook. Ik ga op zoek naar de kleine dingen die mij gelukkig maken en daar probeer ik zoveel mogelijk van te genieten en kracht uit te putten. Ik ga niet zeggen dat ik alweer op dat punt ben waar ik echt gelukkig ben, maar de weg er naartoe lijkt minder lang. 

Dus wie tijdens deze feestzomer zin heeft om een terrasje te doen, te komen zwemmen in de tuin, met me te dansen op een festival en zo een beetje mee wilt bouwen aan mijn (en je eigen!) geluk, is meer dan welkom. 

Learning to walk again

Ja het begint na een paar weken toch vervelend te worden, dat thuis zitten en niet echt iets kunnen doen. Niet evident voor iemand die graag uitgaat, vrienden ziet en altijd bezig blijft. ‘s Morgens opstaan en denken: ‘wat zal ik vandaag eens gaan doen?’ is iets geheel nieuw voor mij. 

Niet dat er zoveel mogelijkheden zijn. Ondertussen ben ik al iets beter te been, maar de opties blijven nogal beperkt tot a) een film/serie bekijken, b) een boek lezen in de hof, c) Plants vs. Zombies spelen op de iPad, d) gitaar spelen, e) iemand proberen overtuigen om mij te bezoeken of me te komen halen. Schoon weer, tijd over maar dat bungee jumpen zit er zo nog niet in. Vrienden overtuigen om me te bezoeken lukt de laatste dagen wel vrij goed en zo laat ik me dan toch nog entertainen in deze eindeloze weken. 

Sinds ik uit het ziekenhuis ben, is er enkel vooruitgang geweest. Vooral de eerste week was lastig. Alles ging moeizaam, ik had weinig eetlust, mijn been ook maar enkele centimeters verplaatsen was lastig. Ik kon rondhuppen op twee krukken maar al snel deden mijn handen pijn, was ook mijn ander been stijf en ging ik op mijn poep de trap op om geen evenwicht te verliezen. Niet ideaal. ‘s Nachts proberen slapen was mogelijk nog erger, want dan moet ik mijn brace om en geloof me, lekker ligt dat niet. Die medicatie zorgde er ook voor dat ik vrijwel altijd zin had in niets. 

Wel vrij meteen gestart met kiné en dat was zeker de eerste twee weken de highlight van mijn dag. Mijn kinesist laat me genoeg afzien, daar niet van, maar ik hou er van om vooruitgang te zien en naar een doel te streven. Je merkt dat je steeds beweeglijker wordt en na een tijd weiger je ook gewoon om je hulpeloos te laten behandelen. Je staat gewoon zelf op om dingen te nemen en te doen, omdat je weet dat het kan.

Na twee weken met krukken mocht ik terug naar de specialist, die me ook geopereerd heeft. Hij wist me te zeggen dat alles heel goed ging en de vooruitgang duidelijk zichtbaar was. Nog één week met één kruk en steunen mocht, waardoor ik de kans zag om nog actiever te gaan bewegen doorheen het huis. Voor de voetbal trok ik ook naar buiten, eerst op café en afgelopen zondag in de Carolushal, gewapend met brace en kruk. Zolang ik mezelf maar overal een stoel kan regelen komt alles goed, maar ook dat is geen probleem want blijkbaar ben ik zielig genoeg dat iedereen voor me rechtstaat.

We hadden vorige week ook ons verjaardagsfeestje, waar de nodige voorbereidingen voor getroffen moesten worden. Een hele dag rondhuppen langs het keukenblad, groenten snijden, hapjes maken, een pinata in elkaar knutselen,… niet handig met één half functionerende knie. Maar moeilijk gaat ook en zo zijn we weer een stap verder in de revalidatie. 

Vandaag mag die ene kruk ook weer bij de rest van het meubilair en moet ik nog een weekje de brace dragen. Dat betekent vanaf volgende week fietsen, zwemmen, autorijden en… Rock Werchter! 

Icepacks, oefeningen en eenzame uren

Jawel, het moest er ooit eens van komen, en daar lig ik dan. Met mijn knie in het gaas, drukverband en een icepack er boven op. Een operatie plannen in mijn drukke leven is geen sinecure, maar langer wachten en niet kunnen sporten, was eigenlijk ook geen optie. 

Gisterenochtend binnen gegaan om 7u, en na zo’n drie kwartier aan het loket gewacht te hebben (traa-haag), mocht ik met mijn papieren naar de afdeling orthopedie. Daar meteen kamer 178 gekregen, een operatiekleedje en de melding dat ik het meteen mocht aantrekken want om 8u15 was de operatie gepland. Aangezien ik een hekel heb aan wachten, kwam me dat perfect uit. Grappig wel dat je ook zelf niet mag stappen naar het operatiekwartier, nee, je moet al in dat bed gaan liggen ook al ben je nog perfect gezond, en zo rollen ze je dan door de gang. 

Ik herkende mijn dokter meteen als ik hem zag, ook al was hij al volledig ‘geprept’ met monddoekje en al. Hij heeft van die sprekende ogen die meteen vertrouwen uitstralen en ik was dan ook heel blij om ‘m te zien. Hij zei geruststellende woorden terwijl de operatieverpleger mijn infuus stak, de assistent mijn hartritmeplakkers aanbracht en de anesthesist begon met de verdoving van mijn been. Alles gebeurde zo snel dat ik ook geen herinnering meer heb van onder totale verdoving gebracht te worden. Maar best ook misschien, en in slaap vallen met een kalmeringspilletje en de vertrouwde ogen van mijn dokter, was zeer geruststellend. 

Ook van het wakker worden in de ontwaakkamer heb ik amper herinneringen. Ik weet dat ik vroeg om op mijn zij te gaan liggen, maar dat ging natuurlijk niet. Dan zei er iemand dat ze me naar mijn kamer gingen brengen, maar voor ik daar was, sliep ik alweer. Vervolgens stond de dokter weer naast mijn bed, en maakte me wakker met zijn hand op mijn schouder. Ik wou zoveel vragen, maar was zo moe. Hij zei dat alles perfect verlopen was en dat ze mijn kruisband goed hadden kunnen herstellen. Ik zie hem nog net weggaan en val alweer in slaap. 

De rest van de dag was eveneens loom. Er liepen verpleegsters in en uit voor nieuwe icepacks, nieuwe baxters, mijn temperatuur te meten etc, maar alles is vaag. Painkiller snoozen. Nice. 

's Avonds is Wouter een uurtje langs geweest, maar tegen het einde van zijn bezoek was ik alweer zo moe dat ik bijna opnieuw in slaap viel. Nu lijkt het alsof ik een hele dag kwijt ben en vandaag eveneens gisteren is. Gisteren ook niet meer binnen gekregen dan een halve kiwi en vijf glazen water. Want DORST ho maar. Ik mocht natuurlijk niets gedronken hebben voor ik het ziekenhuis binnen kwam. 

Vandaag is chiller. Af en toe snooze ik nog even weg, maar er loopt zoveel volk in en uit dat ik toch vrijwel meteen wordt wakker gemaakt. De baxter is er uit, ik krijg mijn pijnstillers nu in pilletjesvorm en mijn dik verband is vervangen door een drukverbandje. De icepacks blijven wel komen, maar dat is niet zo erg met dit warme weer. Pijn valt goed mee, ik heb eerder een zeurderig gevoel in mijn been dan echt zeer. Mijn al gebroken nagel stoten aan een vuilnisbak in’t Kuipke en vijf minuten liggen kermen op de grond, dàt doet zeer. Dit is peanuts. 

De plaatselijke kinesist is ondertussen ook op bezoek geweest en heeft me al enkele oefeningen laten zien die ik thuis kan doen. Elk uur bewegingen voor de bloeddoorloop, en dan al iets klein om mijn knie te trainen. Vanaf dinsdag dan effectief naar mijn kinesist. 

Verder is het nu de rest van de dag wat eenzame uren doden. Straks mag ik naar huis, maar ik wacht op Wouter om me te komen halen. Gelukkig heb ik nog wat filmpjes op de laptop staan en lig ik op een éénpersoonskamer. Ik hunker alleen naar de zon die buiten schijnt en ik hoor de vogeltjes zo goed fluiten. 

En ik moet alweer gaan plassen. Verdorie, die badkamer is zo ver… 

Live like there’s no tomorrow

Het is Album 500 op Studio Brussel. Hoewel ik tussen de opnames door niet veel tijd heb om te luisteren, is het wel leuk ‘s morgens en ‘s avonds in de auto. Een echte top 3 favoriete albums heb ik niet, maar er zijn wel drie albums die mijn muzieksmaak bepaald hebben toen ik net begon uit te gaan. 

Van mijn broer kreeg ik ‘One by One’ van de Foo Fighters, een groep waar ik toen nog nooit van gehoord had (te jong en teveel met andere dingen bezig veronderstel ik). Maar het heeft er voor gezorgd dat ik nog altijd heel erg van stevige gitarenrock hou en daarna alle volgende cd’s van de Foo Fighters heb aangeschaft. All my life kan ik bovendien van voor naar achter meezingen en dat doe ik dan ook (als ik alleen in mijn auto zit). 

Iets eerder nog in mijn lang vervlogen geschiedenis, kreeg ik van een klasgenoot ‘Smash’ van The Offspring, geweldige plaat! Alle nummers zijn er knal op en Nitro is zonder twijfelen mijn favoriet. ‘Live like there’s no tomorrow’ werd toen mijn leuze en daar leef ik nog altijd naar. Inspiratie zot dus. 

Verder nog The Place Where You Will Find Me van Zornik, maar het had evengoed een plaat van een andere Belgische band kunnen zijn. Arid, Das Pop, K’s Choice,… allemaal in mijn cd-kast toen en samen met Kristel verschillende concerten afgeschuimd toen ik in het middelbaar zat. Grappig wel, dat ik nu ondertussen door The Voice al de kans heb gehad om bijna al mijn jeugd-helden te ontmoeten. Nog altijd hoor ik heel graag Belgische bands, hoewel het nu eerder Intergalactic Lovers, Balthazar, The Sore Losers en Milow zijn. 

Zo, nog één showtje van The Voice Kids vanavond, en ik heb weer tijd om op mijn lui gat in de hof te gaan liggen, naar de blauwe lucht te kijken en uren aan een stuk muziek te luisteren. 

For a minute there, I lost myself

image

Het zit er op, en Tom is The Voice van Vlaanderen! Wie had dat nog gedacht? Maar ik hou juist van de verrassingen die dit programma met zich meebrengt. 

Het ergste moment van een heel seizoen aan The Voice werken breekt nu aan. Het is gedaan, afgelopen, we moeten alles afbreken en afscheid nemen van elkaar. Ik weet al weken dat dit zwarte gat er aan komt, en toch heb ik het er altijd moeilijk mee. Het is als een soort familie die je moet achterlaten en niet weet wanneer je ze gaat terug zien. Bovendien is aan The Voice werken de afgelopen weken het enige geweest waar ik mee bezig was. ‘s Morgens, ‘s middags, ‘s avonds en in mijn hoofd ook nog ‘s nachts. Het is zo opslorpend dat ik geen tijd meer heb voor de rest van mijn leven, en soms dreig mezelf te verliezen in heel het gegeven. Er is niets wat te vergelijken valt met werken voor The Voice, maar ik hou er heel erg van. En ik haat het om daarna alles op te ruimen en te kijken hoe de decor wordt afgebroken. 

Dit jaar hebben we wel een beetje uitstel. Er is deze week nog een opname van The Voice Kids dus we breien er met heel de crew nog een repetitie- en opname week achter. Dat is langs de ene kant een heel vreemd gevoel, want het lijkt alsof alles al afgelopen zou moeten zijn. Ik ben gewoon blij dat ik nog even iedereen kan zien in een relaxere sfeer dan The Voice. 

Sowieso hebben we weer goed gefeest na de finale van vorige week, wat naar traditie zo moet. Work hard, party harder! 

image

image

image

Hierna? Eerst mij laten opereren aan de knie (eindelijk!), gevolgd door de revalidatie, een pak recup opnemen en gaan feesten op Rock Werchter. En daarna? Dat zien we dan wel weer. 

Come what may the cosmos will

Ah Londen! 

Ik wou dat ik meer tijd had gehad om er deze week over te schrijven. Wouter en ik waren er drie dagen, eigenlijk veel te kort maar toch broodnodig. Niet alleen voor ons, om eindelijke enkele dagen samen te kunnen spenderen, maar ook voor mijn innerlijke rust. Telefoon uit, geen computer, laat het werk zich maar even opstapelen. Zodat ik me eventjes kan inbeelden dat er een wereld bestaat die zonder mij kan - al is het maar voor drie dagen. 

Hoewel we niet teveel toeristische attracties wouden doen omdat ik Londen al ken, was het nieuw voor Wouter en ook lang geleden voor mij. Er stonden dus wel wat verplichte nummertjes op de agenda. Zo gingen we naar Big Ben, London Bridge, Science Museum, Camden Market, Leicester Square en de wissel van de wacht aan Buckingham Palace. Voor de rest zochten we  andere leuke winkels op in Oxford Street, Picadilly Circus en Covent Garden, en gingen we lekker eten. Zelf de ‘tube’ pakken in Londen vind ik leuk, op elke hoek is er wel iets te gebeuren of te zien. De laatste dag gingen we naar Primrose Hill voor wat rust. Toch was drie dagen te kort. Ik had nog graag Hyde Park en Abbey Road willen zien. Maar dat is dan een excuus om nog eens terug te gaan ;-)

To Tumblr, Love Pixel Union